“een leenwoord uit het Latijn. Het werd voor het eerst aangetroffen in 1863 en betekende ‘onvermogen tot taalgebruik’”.
Mentaal worstelen is het, dat zoeken naar het juiste woord dat uitdrukt wat ik bedoel. Dit kan zelfs gênant ongemakkelijk worden als ik met iemand in gesprek ben. Voor mij dan toch. Die iemand merkt er helemaal niets van, wel schaalt hij me volkomen onbewust één of meerdere niveaus lager in qua intelligentie. Ik kan namelijk best een vlotte prater zijn, lees: vrij lang van stof omdat ik heb geleerd rondom mijn afasie heen te praten. Helaas is er met ieder gesprek dat ik heb, waarvan ook maar iets af kan hangen – dat kan een afspraak, een boekaankoop of gewoon een goede indruk zijn – wel iets mis omdat de afasie het overneemt en mijn cognitie niet de tijd krijgt om de geschikte woorden te verzinnen.
Ik voel altijd die tijdsdruk omdat de ander wacht op mijn antwoord en dat is funest.
Het afgelopen half jaar ben ik bezig geweest met een training voor mensen met nah, die lotgenoten of hulpverleners willen voorlichten/ondersteunen door het vertellen van hun eigen nah-ervaringsverhaal.
Mijn verhaal staat niet alleen, we hebben allemaal een ervaringsverhaal en veel is herkenbaar. Vooral de eeuwige vermoeidheid, het altijd moe of op weg ernaartoe zijn. De gevoeligheid voor prikkels, het standaard vergeten van namen, en aandachtsproblemen. Toch schrijf ik verhalen en zelfs gedichten. Ik ken nah’ers die hun autobiografie hebben geschreven, maar spannende boeken niet. Ik weet ook dat er dichters tussen zitten, waarvoor hulde.
Nu heb ik het mezelf heel moeilijk gemaakt. Ik had dat toen niet in de gaten omdat ik niet wist hoe ik het moest aanpakken, rekening houdend met mijn nah. Vijftien jaar geleden was er niemand die dat wist en als die er wel was, ben ik hem niet tegengekomen. Ik werd selfpubber omdat ik geen tijd had om te wachten tot reguliere uitgeverijen een standaard afwijzing hadden gestuurd. Ik moest schrijven en wel nu, ik had synoniemenwoordenboeken ontdekt – eureka! Geen tijd te verliezen. Mijn nah kwam op de tweede plek.
Dat is een eigenschap die ik altijd heb gehad: als ik iets wil bereiken, doe ik er alles voor. Hoewel ik van nature geen ongeduldig type ben, protesteert elke vezel in mijn lijf wanneer ik word geremd in mijn ambitie als een uitgever een half jaar nodig heeft om mijn manuscript af te wijzen, met als reden dat het niet in hun fonds past. Dan ga ik zoeken naar omwegen. Die vond ik in het zelf uitgeven.
Helaas, helaas had ik buiten de waard gerekend en ik overschatte mezelf.
Mijn nah weigerde op de tweede plek te staan. De woordarmoede, de vermoeidheid en de prikkelgevoeligheid. Zelf publiceren betekent ook dat je je werk zelf moet verkopen!
Ik moet boeken in dozen inpakken en met boekenleggers, flyers en banners naar fairs en markten sjouwen. Ik moet met mensen in gesprek! Op de een of andere manier moet ik die mensen ervan zien te overtuigen dat mijn boeken erg interessant zijn, ontzettend leuk en spannend om te lezen!
So wish me luck and hope to see you at Elfia, Haarzuilen 22 & 23 april.